Wat is kettingdichtheid eigenlijk?
Kettingdichtheid = het aantal kettingdraden dat je per cm op het getouw opspant.
Wat bepaalt de juiste kettingdichtheid?
Het bepalen van de juiste kettingdichtheid is afhankelijk van verschillende factoren. Hetzelfde garen kan in uiteenlopende kettingdichtheden prachtige én gewenste resultaten geven.
Zaken waar je rekening mee moet houden:
- De dikte en eigenschappen van het garen:
- Veel of weinig rek/ elasticiteit;
- Veel of weinig krimp;
- Is het garen behandeld voor soepele verwerking en puft het tijdens het wassen op?
- De gewenste stofeigenschappen:
- Soepel, als voor een sjaal;
- Stevig, als voor bekledingsstof;
- Iets daartussen, als voor placemats.
- De binding die je gebruikt.
Waarom is het van belang welke binding je gebruikt?
Verschillende bindingen hebben verschillende verhoudingen tussen inslag en kettingdraden. Het is voor het bepalen van de juiste kettingdichtheid van belang te begrijpen hoe die verhouding is voor het weefsel dat jij wilt maken.
Hieronder zie je twee afbeeldingen, die beide een dwarsdoorsnede van vier kettingdraden (blauw) laten zien, met daar omheen geweven een inslagdraad (groen).
Zoals je ziet kruipen in de keperbinding (rechts)de kettingdraden in groepjes naar elkaar en dat maakt dat je, om dezelfde weefbreedte te krijgen, meer draden op een cm moet inrijgen voor een keperbinding, dan wanneer je in linnenbinding (links) zou weven in hetzelfde garen.
Linnenbinding: 4 kettingdraden voor binding (ketting + inslag) van 8 draden. = 1 op 2
Keperbinding: 2 kettingdraden voor binding (ketting + inslag) van 6 draden. = 2 op 3.
Een startpunt
Omwikkeltest
Bepaal het aantal draden dat je op 1cm naast elkaar om een liniaal kunt wikkelen. Leg hierbij de draden niet te strak om de liniaal (als je de draad op spanning zet wordt hij dunner en dat geeft een verkeerd resultaat).
Uitgangspunt is een gebalanceerd weefsel. Dat is een weefsel waarbij het aantal inslagen op een cm gelijk is aan het aantal kettingdraden op een cm. O.b.v. wat we kunnen afleiden uit de analyse van de linnen- en keperbinding, kun je volgende formules als startpunt gebruiken:
Linnenbinding (1 op 2): aantal draden per cm gedeeld door 2
Keperbinding (2 op 3): aantal draden per cm, gedeeld door 3, en dat getal x2
Advies
Proefweefsel
Voor het beste resultaat weef je enkele proefweefsels in verschillende dichtheden en behandel je die weefsels exact zoals je dat wilt doen voor het uiteindelijke project dat je in gedachte hebt.
Pas dan kun je écht beoordelen welke kettingdichtheid jouw project nodig heeft.
Noteer de gebruikte kettingdichtheden en je bevindingen en bewaar ze samen met je testweefsels als naslagwerk. Zo bouw je jouw eigen bibliotheek aan mogelijkheden op en hoef je steeds minder te gissen.
Veel werk als beginnende wever, maar ook zeer leerzaam en héél handig voor toekomstige projecten in hetzelfde garen!
Tip!
Raadpleeg de Master Yarn Chart van Handwoven Magazine, deze kun je hier downloaden.
Help! Deze is in inches… alles wat je moet weten is dit:
- 1 inch = 2,54cm
- 1 yard = 0,91m
Deel de getallen uit dit overzicht dus door 2,54 en je hebt een richtpunt. Vaak niet helemaal passend bij onze Nederlandse rietmaten. Bedenk dan of dat verschil van minder dan één draaddikte écht uitmaakt. Dus rond gewoon af naar het boven of beneden, al naar gelang wat het beste lijkt voor de kwaliteiten die jij zoekt in een stof. Ook hier geldt, dat de genoemde waardes een bandbreedte aangeven en dat het weven van proeven uiteindelijk de enige manier is om zéker van je zaak te zijn.
